Politieke structuur

Omdat het soms onduidelijk is hoe het Amerikaanse kiesstelsel in elkaar zit en de politieke structuur soms lastig te begrijpen is volgt hier onder een uitleg over de politieke structuur (de overheidorganen, de verkiezingen, het referendum) in de Verenigde Staten. Er zal soms verwezen worden naar en de vergelijking worden getrokken met de politieke structuur in Nederland. Het is niet zo dat beide politieke structuren zonder meer gelijk zijn, het is alleen om zaken duidelijk te maken. Er is bijvoorbeeld een groot verschil met hoe politici worden gekozen en de procedures rondom verkiezingen. De informatie hier onder is ontleent van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP). Het dossier op de website van het IPP laat in het kort zien op welke manier hoe Amerika in staatkundig opzicht is gestructureerd en hoe de belangrijkste verkiezingen in dit land plaatsvinden.

Politieke structuur Verenigde Staten

Structuur

Als het gaat om de grondslag van het politieke bestel, kan Amerika ver terugkijken in de geschiedenis: de huidige grondwet van de Verenigde Staten van Amerika is al van kracht sinds 1789 en zij is daarmee de oudste nog functionerende geschreven grondwet ter wereld. De Grondwet (Constitution) werd op gesteld na de Onafhankelijkheidverklaring uit 1776. Zowel de Onafhankelijkheidsverklaring (Declaration of Independence) als de Grondwet zijn opgesteld door onder andere George Washington (de eerste president van de VS, er waren toen nog maar 13 staten) en Thomas Jefferson. De Grondwet is een betrekkelijk kort document, dat weinig details over de inrichting en het bestuur van de staat bevat. Het eerste artikel gaat over de wetgevende macht, het parlement, het tweede over de uitvoerende macht, de president. Het Parlement (Congress), en de president staan centraal in dit dossier.

De Verenigde Staten hebben een presidentieel stelsel, wat onder meer betekent dat de president niet alleen staatshoofd is, maar ook direct leiding geeft aan de regering (Amerika heeft dus geen minister-president). Parlement en regering opereren naar West-Europese begrippen behoorlijk onafhankelijk van elkaar. Zo heeft de Amerikaanse regering niet het vertrouwen van het parlement nodig. De president stelt zijn regering naar eigen goeddunken samen: hij kan de ministers zelf benoemen en ontslaan. De president kan niet door het parlement naar huis worden gestuurd, hij wordt namelijk door de Amerikaanse bevolking gekozen en heeft dus een eigen mandaat van de kiezer. Daar staat tegenover dat de president het parlement niet kan ontbinden, dat kan het parlement overigens zelf ook niet. Voor de president is geen zitplaats gereserveerd in het parlement. Hij spreekt de geachte afgevaardigden slechts één maal per jaar toe in de zogeheten State of the Union. Dit is enigszins vergelijkbaar met de Troonrede die de koningin in Nederland uitspreekt op Prinsjesdag. In de State of the Union geeft de president aan wat zijn plannen zijn voor het komend jaar. Na zijn toespraak dient de president de zaal direct te verlaten. In Amerika kunnen ministers niet tegelijkertijd lid zijn van het parlement.

Een ander kenmerk van een presidentieel stelsel is dat de president veel macht heeft, vooral als het gaat om het buitenlandse en veiligheidsbeleid van de VS. Op het gebied van binnenlands beleid wordt de macht van de president en zijn ministers beperkt door het feit dat Amerika een federatie is. De Verenigde Staten bestaan namelijk uit vijftig staten (plus het District of Columbia met de hoofdstad Washington), die allemaal een grote mate van financiële en bestuurlijke autonomie bezitten. Zaken die binnen de grenzen van de staten vallen, zijn zaak van deze staten zelf. Daarbij valt te denken aan eigendomsregels, arbeidsvoorwaarden, onderwijs, verkeer en vervoer, maar ook aan het strafrecht (sommige staten kennen nog steeds de doodstraf). Om de doelmatigheid van beleid te bevorderen, heeft de federale overheid in de loop van vele jaren wel meer aan kaderstelling gedaan: binnen bepaalde kaders kunnen de vijftig staten hun beleid bepalen en uitvoeren. Daardoor is meer samenwerking ontstaan tussen de federale overheid en de staten. De Amerikaanse grondwet en de federale wetten staan overigens boven de wetten van de afzonderlijke staten.

De vijftig staten zijn onderverdeeld in counties, een soort provincies. Er zijn in totaal 3.077 counties, dat is gemiddeld 62 per staat. De laagste bestuurslaag in de VS bestaat uit gemeenten, kleine en grote steden. Op dit niveau bestaat een enorme variëteit aan structuren en organen. Soms overschrijden steden de provinciegrenzen. De hoogste bestuurslaag is het Congres. De gouverneur kan wel een veto uitspreken over besluiten van het Congres, net als de president kan weigeren een wet te tekenen. De stad New York, die uit vijf grote wijken bestaat, telt binnen haar grenzen vijf provincies, die territoriaal met de wijken samenvallen. De verdeling van de macht tussen de staten, de provincies, de steden en de gemeenten wordt geregeld in de grondwetten van de afzonderlijke staten. Als gevolg hiervan loopt ook de macht van alle lokale bestuursorganen in de staten sterk uiteen.

Bestuursorganen

In Amerika heet het federale parlement het Congres. Het Congres bestaat uit twee kamers, het Huis van Afgevaardigden (vergelijkbaar met de Tweede Kamer) met 435 leden en de Senaat (vergelijkbaar met de Eerste Kamer) met 100 leden. Het Huis wordt om de twee jaar gekozen door de inwoners van de vijftig staten. Het aantal leden per staat is afhankelijk van het aantal inwoners, maar elke staat heeft ten minste één zetel in het Huis. Elke staat levert twee senatoren, onafhankelijk van het aantal inwoners. Ook zij worden direct gekozen door de inwoners van de staten. Om de twee jaar wordt een derde van de zetels vernieuwd.

De federale uitvoerende macht wordt gevormd door de president, die eens in de vier jaar wordt gekozen. Hij is herkiesbaar voor een tweede termijn. De president stelt de regering samen.

Op het niveau van de staten ziet de structuur er ongeveer hetzelfde uit. Elke staat heeft dus een eigen Congres, wat vergelijkbaar is met de Provinciale Staten, al stemmen de inwoners van de staten rechtstreeks op hun afgevaardigden en senatoren. Afgezien van de staat Nebraska heeft elke staat een tweekamerparlement, bestaande uit een Senaat en een Huis van Afgevaardigden (soms anders genoemd), met variërende zetelaantallen. De ambtstermijn van de senatoren is doorgaans 4 jaar, die van de afgevaardigden 2 jaar. De belangrijkste uitvoerende macht is een direct gekozen gouverneur (vergelijkbaar met de Commissaris van de Koningin, al heeft de gouverneur veel meer macht), wiens ambtstermijn doorgaans vier jaar bedraagt, maar soms twee jaar. Hij staat aan het hoofd van het staatbestuur.

Op provinciaal en lokaal niveau bestaat een zeer grote verscheidenheid. Er bestaan gekozen raden, maar de uitvoerende macht is ook op dit niveau relatief sterk. Amerika is een geürbaniseerd land: zo’n 80 procent van de bevolking woont in grote steden. Drie vormen van stadsbestuur domineren:

Raad en burgemeester: de raadsleden zijn soms gekozen, soms benoemd. De burgemeester wordt vrijwel altijd gekozen. Hij heeft het recht van veto. De raad heeft het budgetrecht, stippelt algemene beleidslijnen uit en controleert het bestuur.

Commissie: een commissie van 3 tot 7 leden maakt wetten én voert ze uit; alle leden worden gekozen, één van hen is de voorzitter als eerste onder diens gelijken.

Stadsmanager: hij voert de beslissingen uit van een gekozen raad, maar de stadsmanager zelf is niet gekozen, doch ingehuurd, zonder een vaste termijn.

Deze drie overheersende vormen komen soms ook in combinatie voor. Daarnaast bestaan er nog tal van andere vormen, zoals de burgervergaderingen in gemeenten in een staat als Vermont. Daar komen burgers één keer per jaar bij elkaar om over alle belangrijke zaken te beslissen.

Verkiezingen

Een belangrijk kenmerk van de Verenigde Staten is het grote aantal gekozen functies in de staten, provincies, steden en gemeenten. Amerikanen kunnen bij verkiezingen dikwijls meer dan 10 stemmen uitbrengen. Ook het fenomeen van de voorverkiezingen (caucuses en primaries) is in Amerika wijdverbreid; kandidaten van partijen worden vaak via openbare verkiezingen aangewezen. In de meeste Europese landen worden kandidaten voor politieke functies binnen de partijen zelf gekozen of benoemd.

In Amerika moeten kiezers zich als zodanig laten registreren, anders kunnen ze hun stem niet uitbrengen. Velen doen dit ook niet, omdat het teveel moeite kost of omdat ze niet in partijpolitiek zijn geïnteresseerd. Dit is één van de redenen waarom de opkomst bij verkiezingen altijd erg laag is. Een andere reden is dat er zo vaak verkiezingen plaatsvinden dat burgers ze niet bijzonder meer vinden.

Federale verkiezingen worden in de Verenigde Staten altijd gehouden op de eerste dinsdag na de eerste maandag in november. In jaren die deelbaar zijn door 4 worden de president, het Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat gekozen; in de andere even jaren het Huis en wederom een derde van de Senaat.

Voor de verkiezingen van het Huis worden de staten opgesplitst in enkelvoudige kiesdistricten (per district wordt één kandidaat gekozen). Het aantal districten per staat is afhankelijk van het aantal inwoners. Californië heeft 53 districten, staten als Wyoming en Alaska hebben slechts één district. Voor Senaatsverkiezingen vormt de gehele staat één kiesdistrict. De opdeling in kiesdistricten is in de grondwet vastgelegd. Voor de rest mag elke staat zelf bepalen welk kiesstelsel hij hanteert. De meeste staten gebruiken het meerderheidsstelsel met het principe first-past-the-post. Een kandidaat met de meeste stemmen wordt afgevaardigde of senator.

Voor de verkiezingen van hun eigen Huis en Senaat zijn de staten geheel vrij in hun keuze van kiesstelsel, in sommige staten zijn de gemeenten en de steden dat ook. Bijna elk kiesstelsel wordt wel ergens gebruikt in de VS.

De president van de Verenigde Staten wordt door de bevolking op indirecte wijze gekozen. De kiezers in de verschillende staten brengen hun stem niet rechtstreeks uit op een presidentskandidaat, maar stemmen op kiesmannen, van wie duidelijk is welke kandidaat zij steunen. Alle kiesmannen samen vormen het zogeheten Kiescollege (Electoral College). Het aantal kiesmannen in een staat is gelijk aan het aantal Congresleden van die staat, dat op zijn beurt wordt bepaald door het aantal inwoners. Hierdoor verschilt het aantal kiesmannen per staat. Een staat als Wyoming heeft bijvoorbeeld het minimum aantal van drie kiesmannen, terwijl Californië met maar liefst 55 kiesmannen bovenaan staat. Sinds 1961 vaardigt ook de hoofdstad, Washington D.C., drie personen naar het Kiescollege af. Andere staten met veel kiesmannen zijn New York (31), Texas (34) en Florida (27). Voor presidentskandidaten is het daarom erg belangrijk om in deze staten te winnen, juist ook vanwege het kiesstelsel dat wordt gebruikt. In iedere staat wordt namelijk de president gekozen volgens het winner-take-all systeem. Dit betekent dat de kandidaat die de meeste stemmen in een bepaalde staat vergaart alle kiesmannen naar het Kiescollege kan sturen. Dit is één van de redenen waarom tijdens verkiezingen alleen kandidaten van de Republikeinse en de Democratische Partij (de twee grote partijen in Amerika) een kans maken, omdat er in dit systeem voor meer kandidaten eigenlijk geen plaats is. Vlak na de verkiezingen komen in elke staat de kiesmannen bij elkaar en zenden de uitslag van die staat naar de hoofdstad. Daar worden dan alle stemmen bij elkaar opgeteld, waarna officieel bekend is wie de nieuwe president zal worden. In totaal zijn er 538 kiesmannen. Een kandidaat wordt dus president als hij 270 kiesmannen achter zich heeft verzameld. Twee maanden na de verkiezingen, op de zesde dag van januari, vindt de afronding van de verkiezingen plaats in het Congres. Dan worden de stemmen van de kiesmannen in ontvangst genomen en gecontroleerd en wordt verslag gedaan van de officiële verkiezing. Veertien dagen later, 20 januari om twaalf uur ‘s middags, vindt de inauguratie van de nieuwe president plaats met het uitspreken van de eed.

Referendum

In de Amerikaanse staten worden veelvuldig referenda gehouden. In dit opzicht is vooral Californië, met ongeveer 36.500.000 inwoners de bevolkingsrijkste staat, een toonbeeld van aanhangers van de directe democratie. Gelijktijdig met de presidentsverkiezingen van 4 november 2008 konden burgers in 35 staten op in totaal 153 wetsvoorstellen (onder andere over legalisering van het homo-huwelijk) stemmen. Daarvan waren er 61 burgerinitiatieven. Referenda vinden ook vaak plaats op provinciaal en lokaal niveau.

Bron: Harm Ramkema, Instituut voor Publiek en Politiek 

3 reacties op Politieke structuur

  1. noni sok zegt:

    Hello! Someone in my Myspace group shared this site with us so I came to give it a look. I’m definitely enjoying the information. I’m bookmarking and will be tweeting this to my followers! Great blog and wonderful design.

  2. AB Program zegt:

    Do you mind if I quote a few of your articles as long as I provide credit and sources back to your site? My website is in the very same area of interest as yours and my visitors would truly benefit from a lot of the information you present here. Please let me know if this okay with you. Regards!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s